Thailand reisroute: van Bangkok tot verborgen eilanden bij Cambodja
Thailand is zo’n land waar je na één reis eigenlijk meteen weet dat je terug wilt. De mix van levendige steden, eeuwenoude tempels, dichte jungle en tropische eilanden maakt het een bestemming waar je eindeloos kunt blijven ontdekken. Tijdens onze reis combineerden we het chaotische Bangkok, de ongerepte jungle van Khao Sok, de kalkstenen eilanden bij Krabi en de rustige eilanden Koh Chang en Koh Kood vlak bij de grens met Cambodja.
In deze blog nemen we je mee langs onze route, met plekken die we zelf hebben bezocht en tips die onze reis nét wat specialer maakten.
Bangkok – chaos, tempels en streetfood
Bangkok is voor veel reizigers het startpunt van hun Thailand avontuur. Het is een stad van contrasten: hypermoderne shopping malls naast eeuwenoude tempels, chaotisch verkeer naast rustige tempeltuinen en streetfoodkraampjes naast luxe rooftopbars.
Een van de leukste manieren om de stad te ontdekken vonden wij een fietstour met Co van Kessel Bangkok Tours. Tijdens deze tour fiets je niet alleen langs de bekende highlights, maar juist ook door kleine steegjes, lokale markten en rustige woonwijken waar je normaal gesproken als toerist niet snel komt. Het geeft meteen een heel ander beeld van Bangkok en is wat ons betreft echt een aanrader om aan het begin van je verblijf te doen.
Wanneer de hitte van Bangkok even te veel wordt en geloof ons, dat moment komt is een plek als ICONSIAM ideaal om even af te koelen. Dit enorme winkelcentrum aan de rivier is niet alleen een walhalla voor shoppers, maar heeft ook een gigantische foodcourt waar je allerlei Thaise gerechten kunt proberen.
Voor ons verblijf kozen we voor Ariyasom Villa. Dit boutique hotel voelt als een verborgen oase midden in de stad. Zodra je door de poort loopt, verdwijnt het drukke Bangkok even naar de achtergrond en kom je terecht in een groene tuin met zwembad en een ontspannen sfeer.
Bangkok staat natuurlijk ook bekend om zijn tempels. Met een hop-on-hop-off boot op de Chao Phraya rivier kun je makkelijk meerdere bezienswaardigheden op één dag bezoeken. Zo stopten wij bij Wat Phra Chetuphon, bekend om de enorme liggende Boeddha, het iconische Wat Arun dat prachtig langs de rivier ligt en natuurlijk het indrukwekkende The Grand Palace.
’s Avonds verandert Bangkok compleet van sfeer. In Chinatown, rond Yaowarat Road Chinatown Bangkok, vind je eindeloze rijen streetfoodkraampjes waar het ene gerecht nog lekkerder is dan het andere. Hier proefden we misschien wel het lekkerste dessert van Thailand: mango sticky rice.
En voor wie het nachtleven wil ervaren, is een bezoek aan Khao San Road bijna een must. De straat staat bekend om zijn drukte, neonlichten en muziek, maar juist in de kleine straatjes erachter ontdek je gezellige barretjes en plekken waar je op straat een massage kunt nemen terwijl het Thaise nachtleven aan je voorbij trekt.
Khao Sok
Na het drukke Bangkok is de jungle van Khao Sok een compleet andere wereld. Vanuit Bangkok vlogen we naar Surat Thani, de toegangspoort tot dit natuurgebied. Vanaf daar reisden we verder naar ons verblijf: Our Jungle Camp.
Dit eco-resort ligt midden in de jungle en voelt meteen als een avontuur. De geluiden van vogels, krekels en andere dieren vormen hier de soundtrack van je verblijf.
Een van de leukste activiteiten die we hier deden was river tubing. Samen met een gids drijf je in een grote band langzaam de rivier af terwijl je onderweg slangen, apen en allerlei vogels kunt spotten in de bomen langs de oever.
Wanneer de avond valt, komt de jungle pas echt tot leven. Tijdens een night safari wandel je met een gids door het donker en ontdek je dieren die je overdag nauwelijks ziet. In ons geval betekende dat vooral: veel schorpioenen.
Een absoluut hoogtepunt van Khao Sok is een bezoek aan Cheow Lan Lake. Dit enorme meer, omringd door kalkstenen bergen en dichte jungle, lijkt bijna op een decor uit een film. Je bereikt het meer per boot en onderweg heb je continu uitzicht op indrukwekkende rotsformaties die uit het water oprijzen.
Hier maakten we een bootsafari bij zonsopkomst. Terwijl de mist langzaam optrekt boven het water hoor je de jungle ontwaken. Apen springen door de bomen, vogels vliegen over het meer en de rust is bijna onwerkelijk. Op een van die momenten zagen we zelfs een beer in een boom, iets wat onze gids ook niet elke dag meemaakt.
Ao Nang en de eilanden van Krabi
Vanuit de jungle reisden we verder naar Ao Nang. Deze kustplaats is een perfecte uitvalsbasis om de beroemde eilanden van Krabi te ontdekken.
Ons verblijf was bij Ao Nang Fiore Resort. Dit resort ligt midden in het groen en heeft een prachtig infinity pool met uitzicht over de jungle. Ondanks de rustige ligging zit je toch vlak bij het centrum – en belangrijker nog: bij een 7-Eleven, wat in Thailand bijna een levensbehoefte lijkt te zijn.
Vanuit Ao Nang kun je talloze eilandtours doen. Een van onze favorieten was de tour naar Hong Island. Het water is hier turquoise, de stranden wit en het uitzicht vanaf het hoogste punt van het eiland is absoluut de klim waard.
Daarnaast deden we ook een klassieke 4 Islands tour, waarbij je onder andere stopt bij Chicken Island, Koh Tup, Koh Poda en het spectaculaire Phra Nang Cave Beach.
Een goede tip bij het boeken van een eilandtour: vraag of je de route andersom kunt doen. Veel boten volgen dezelfde route op hetzelfde moment, waardoor sommige plekken ineens heel druk kunnen worden.
Koh Chang – tropisch eiland met jungle
Na Krabi reisden we door naar Koh Chang, een groot eiland vlak bij de grens met Cambodja.
Het eiland staat bekend om zijn combinatie van jungle, watervallen en stranden. Wij verbleven bij Vayna Boutique Koh Chang, direct aan het strand. Hier kun je voor een paar honderd baht al genieten van een heerlijke Thaise massage met uitzicht op zee.
Een van de mooiste plekken op het eiland vonden we Khlong Phlu Waterfall. In het natuurlijke zwembad onder de waterval zwemmen gigantische vissen en het water is heerlijk verkoelend na een warme dag.
Aan het eind van de middag is Kai Bae Beach een perfecte plek om de zon onder te zien gaan. En voor wie ’s avonds nog wat levendigheid zoekt, is er bij Lonely Beach regelmatig een fire show op het strand.
Koh Kood – het rustige paradijs
Waar Koh Chang al relatief rustig is, voelt Koh Kood nog een stuk ongerepter. Het eiland heeft prachtige stranden, helder water en nauwelijks massatoerisme.
Wij verbleven bij Siam Beach Resort Koh Kood, een resort waar je letterlijk vanuit je huisje zo de zee in loopt.
Een van de leukste plekken op het eiland is Khlong Chao Waterfall. Hier kun je aan een touw het water in slingeren – een simpele maar geweldige ervaring.
Verder ontdekten we het eiland met een scooter en reden we langs stranden zoals Ao Jark Beach en Khlong Hin Beach. Vooral Ao Jark Beach werd uiteindelijk onze favoriet: rustig, helder water en nauwelijks andere bezoekers.
Bij Bang Bao Beach werden we nog verrast door vallende kokosnoten – letterlijk. Gelukkig werden ze door het resort uit de bomen gehaald waarna we werden getrakteerd op verse kokosnoten rechtstreeks uit de boom.
Waarom wij kozen voor de eilanden bij Cambodja
Veel reizigers bezoeken in Thailand eilanden zoals Phuket of Koh Phi Phi. Wij kozen bewust voor Koh Chang en Koh Kood, vlak bij de grens met Cambodja.
Het verschil merk je meteen:
minder toerisme
rustigere stranden
nauwelijks grote resorts
een relaxte eiland sfeer
Je vindt hier misschien minder taxis en beachclubs, maar juist dat maakt het zo bijzonder.
En eerlijk: soms is het mooiste van reizen juist de plekken waar niet iedereen naartoe gaat.